minirecensies

Volkebeen

In haar voorstellingen laat Ragna Aurich ons dingen zien die wij niet zien. Die er wel zijn, maar waar wij in het dagelijks leven nooit bij stil staan.
Deze keer voerde haar Jules Verne reis door het onzichtbare langs ‘een plek achter de snelheid van het licht, waar zeker ook God woont.’ (website Gasthuis)
Die plaats werd theatraal verbeeld door een prachtige verzameling oud en gedeukt witgoed, waarvan alle deurtjes nog konden klepperen. Die verzameling stond in een gitzwarte ruimte. Op de grote koelkast zat een aardige jongen (Hendrik Aerts). Een theatraal gespannen vrouw (Lotte Proot) stond vlak voor hem en mepte met een ijzeren staaf tegen een wasmachine en een oven. Kleng kleng. De jongen beantwoordde dit door zich genoegelijk knarsend tegoed te doen aan de scherven van een schoteltje. Door hun witte kostuums staken beide figuren af tegen het zwarte achterdoek op een manier die deed denken aan een astronaut die tegen het heelal afsteekt. De twee uitgestreken goochelaars die later tevoorschijn kwamen, waren in hun zwarte pakken duidelijk thuis op die duizelingwekkende plek.
Doordat de handelingen erg komisch bleven had het iets heerlijk brutaals, de wijze waarop deze voorstelling het ontologische uiterste, oftewel ‘het niets’ annexeerde.
Tenslotte knalde op duizelingwekkend gewelddadige wijze het licht uit en was plotseling ‘het donker’, ‘het niets’, in het theater. Gruwelijk.

Toos gezien 17/12/2003