Stuggezaal

Schouwburgen moeten geen pretentie hebben!

de discussie liep van 1/9/05 tot 12/12/05

door Hans Onno van den Berg
"Theaters zeggen voorstellingen af omdat ze de kwaliteit van de productie – bij nader inzien – onvoldoende vinden, ventileren publiekelijk standpunten over de inhoud van de podiumkunsten en over de besteding van de rijkssubsidies. Dit soort opvattingen (o.a. van de VSCD) is volstrekt ongepast. Orkesten, gezelschappen, producenten en makers gaan over inhoud en kwaliteit en podia moeten zich daar niet mee willen bemoeien. Dat kunnen ze ook helemaal niet, omdat podia bezig zijn met het verkopen van zoveel mogelijk stoelen. Dat moet ook gebeuren en dat is hun taak, maar ze hebben geen enkel verstand van wat er in de diverse podiumkunsten aan de hand is. Dat kunnen ze ook helemaal niet hebben, dus schoenmaker, houd je bij je leest."

Hans Onno van den Berg is directeur van de VSCD

Lees de achtergronden >




Laat de kunst aan de kunstenaars. Inderdaad, maar ... geef iedereen dus ook o.a. theaters/programmeurs/... de vrijheid om zich niet alleen een mening te vormen, maar ook om die mening te ventileren. Een mening vormen/kenbaar maken, is helemaal niet gelijk aan bemoeizucht. Theatercritici - door sommige theatermakers beschouwd als moeilijke mensen - bemoeien zich via hun recensie toch ook niet met de inhoud van de voorstelling?
Voorstellingen afzeggen omdat je de kwaliteit ervan onvoldoende vindt, is wel van een andere orde. Als programmeur werk je op basis van vertrouwen (daarvoor ga je toch prospecteren en volg je een gezelschap, toch?)in een gezelschap (waarmee je toch een band probeert op te bouwen) en weet je dat er wel eens een mindere voorstelling gemaakt wordt. Dan moet je consequent zijn, je verantwoordelijkheid durven opnemen en de voorstelling laten doorgaan. Als je met die consequentie niet kunt leven, moet je op een andere manier programmeren en niet blind boeken. En tot slot ... misschien moeten we dringend af van de - vaak gehanteerde - selectieve objectiviteit ten aanzien van het publiek. Je moet eerlijk zijn tegenover je publiek. Een mindere voorstelling is een mindere voorstelling. 't Is niet omdat ze in jouw theater speelt dat je d'r euforisch over moet doen. Geef het publiek waar het recht op heeft: zich - op basis van alle informatie - een mening vormen over de voorstelling waarvoor ze een kaartje kochten. Of blijven ze dan niet bij hun leest?
Paul, (paul.neefs@geel.be)
Paul is Programmeur
02/09/2005 09:39



De tijd dat schouwburgen gewoon stoelenboeren waren is al een tijd voorbij, waarom zijn er anders programmeurs? De (meeste) podia in Nederland hebben een eigen lijn, een beleid ten opzichte van genre en kwaliteit. Juist hierdoor wordt het selectieproces van de toeschouwer minder wilekeurig. Het is als podium niet verkeerd om een mening te hebben over het theater dat je herbergt, een mening heb je immers altijd. Waarom dit dan geen overwogen mening maken door middel van een congres over Inhoud van het VSCD? Moet je zomaar alle voorstellingen door laten gaan, omdat je ze simpelweg geboekt hebt? Natuurlijk begint en eindigt het allemaal bij een goede voorlichting van je toeschouwers, maar in mijn ogen mag je best een kwaliteitsafweging kracht bijzetten en een voorstelling aflassen. Een schouwburg is geen stoelenboer, maar een instelling met een gezicht en juist dit gezicht spreekt toeschouwers aan en haalt ze binnen.
Jolie Vreeburg, (j.vreeburg@students.uu.nl)
Jolie Vreeburg is studente theaterwetenschap utrecht
02/09/2005 12:20



Een straffe stelling, maar dat hoort bij het aanzwengelen van debat. Ik zie een theater als cruciale spil binnen de lokale culturele infrastructuur met een verantwoordelijkheid naar de makers, maar vooral ook naar het lokale publiek. Het theater dient zich voor dat publiek op te stellen als een betrouwbare partner, ook als je als bezoeker niet goed weet wat je besteld mag je vertrouwen op de selectie van de programmeur. Die voert daarin een eigen beleid en programmeert niet klakkeloos wat wordt aangeboden. Als een voorstelling bij de premiere niet blijkt te voldoen aan zijn eisen, is het zijn goed recht zijn publiek daarvoor in bescherming te nemen. Bijkomend aspect, gelet op het overaanbod van podiumkunsten in dit land verkeren we in een 'kopersmarkt', niet in een 'verkopersmarkt'. Ofwel, theatermakers moeten hemelbestormende visies hebben, maar niet te veel pretenties hebben over de verkoop daarvan.
Rob van Steen, (Rob@LAgroup.nl)
Rob van Steen is Directeur LAgroup, Leisure & Arts Consulting
06/09/2005 12:19



Wat een volstrekt achterhaald en verkeerd standpunt. Mijn praktijk leert dat veel podia en festivals zeer in staat als een artistiek partner van makers te werken. Gemeenplaatsen als in de stelling verwoord houden oude (vijand)beelden in stand, het is echt niet langer zo dat podia en makers gescheiden werelden zijn. In het beste geval zorgen ze samen voor de beste ontmoeting met het publiek.
Geert Overdam, (geert.overdam@festivalboulevard.nl)
Geert Overdam is directeur Theaterfestival Boulevard
06/09/2005 12:20



Het wordt lastig programmeren als schouwburgen zich geen oordeel mogen vormen over kwaliteit en inhoud.....
Leo Pot, (lpot@theaterstilburg.nl)
Leo Pot is directeur van Theaters Tilburg
06/09/2005 14:11



Schouwburgen geen artistiek oordeel over het aanbod dat ze inkopen?
Dus: een schouwburg neemt klakkeloos een greep uit de 4.000 producties die er per jaar worden aangeboden? Of een popzaal uit het muziekaanbod (in de popsector is het jaarlijkse aanbod nog nooit geteld, maar dat ligt per zaal gemiddeld hoger dan in de doorsnee schouwburg)?
Onzin dus.

Een schouwburg presenteert het beste uit de genres die het wil tonen (Kleine Komedie cabaret; Luxor grootschalige musicals, amusement, en opera; Muziektheater gesubsidieerde opera en dans; stadsschouwburg Rotterdam voornamelijk toneel in alle vernieuwende maten en soorten en zo kan ik nog uren doorgaan).

Kortom: ben het eens met de geachte collega's hierboven: de schouwburg heeft nadrukkelijk een functie in de selectie van kwaliteit, en een schouwburg maakt bovendien een keuze uit alle genres - een in essentie artistieke keuze.

Iets anders is of een functie van Programmeur in een schouwburg een artistieke functie is? Dat vind ik nou net niet....
Paul van Oort, (pvanoort@xs4all.nl)
Paul van Oort is Algemeen directeur Popverzamelgebouw WaterFront Rotterdam
06/09/2005 21:39



Als podia geen enkel verstand zouden hebben van wat er in de diverse podiumkunsten aan de hand is, dan zouden ze toch nooit die stoelen kunnen verkopen? Als schouwburgdirecteur koop je een produkt in voor, in ons geval, 650 mensen per voorstelling. Die 650 mensen kun je toch niet recht in de ogen kijken als je niet weet wat je verkoopt? En stel nu eens dat het er geen 650 zijn maar 100. Valt dat even tegen... Dan moet je wel de wegen weten te bewandelen om de bezoekers te interesseren, en dus moet je weten waar je het over hebt.
Hilda Klein Bramel, (hkb@lievekamp.nl)
Hilda Klein Bramel is directeur van theater De Lievekamp in Oss
13/09/2005 18:38



Rob van Steen heeft het prima geformuleerd.
Makers gaan over de artistieke kwaliteit, natuurlijk tot je dienst. Maar als de artistieke kwaliteit niks te maken heeft met de waardering van het publiek spreken we dan nog over theater en moeten we het nog wel aan publiek laten zien?
Theaters kennen hun publiek en weten wat zij waarderen. Als een voorsteling dus in de verte niet waarmaakt, wat er over is beloofd is er sprake van een kat in de zak en die mag en moet zelfs geannuleerd worden.Alles uiteraard in redelijk overleg.
Marcel t'Sas, (directie@maaspoort.nl)
Marcel t'Sas is directeur Theater de Maaspoort Venlo
13/09/2005 21:14



Een interessante discussie waarbij iedereen het tot nu toe hartstochtelijk met elkaar eens is. De theaterdirecteur speelt als artistiek programmeur een cruciale rol in de bemiddeling tussen vraag en aanbod. Sterker nog…..mijn ervaring als theatermaker leert me dat ze zij zelfs een allesbepalende rol spelen. Maar zijn dat artistieke keuzes?? Ik zou dat zeer toejuichen. Maar…wordt het dan ook niet tijd dat theaterdirecteuren en programmeurs evenals de theatermakers beoordeeld worden op hun artisticiteit. Een landelijk raad voor de programmering! En dat daar dan ook gevolgen uit worden getrokken. Dus: meer middelen voor een schouwburg die artistiek, risicovol en vernieuwend programmeert (Schouwburg Rotterdam, Schouwburg Utrecht, Theater Kikker, Frascati etc.etc.) en minder voor al die schouwburgen die hun zaaltjes keurig weten te vullen met risicomijdend cabaret, musical, blijspel, het betere luisterlied etc. Het zou voor ons theatermakers, voor het publiek en voor de subsidiegevers heel goed zijn als er helderheid komt in de artistieke kwaliteit van de programmering van al die grote en kleine theaters en schouwburgen in ons kleine landje.
Wie zo’n cruciale rol speelt in het artistieke proces moet met de billen bloot!!!
Saskia Groenendaal, (sgroenendaal@hotmail.com)
Saskia Groenendaal is Theatermaker
14/09/2005 00:03



Ja Saskia, wat een geweldig idee.
Een programmaraad die over artistieke kwaliteit oordeelt. Ik ben echt reuze benieuwd wie daar dan in mag zitten en vooral welke kriteria ze gaan hanteren in die raad.
Wat heeft nou meer kwaliteit: De Wetten van Kepler in Venlo voor 45 ckvers en 20 theatergekken of Het Barre Land in AQmsterdam voor 200 studenten en grachtengordelbewoners???
En wat is dan doorslaggevend, wat is risicovol. Hoeveel strafpunten krijg k vor een uitverkochte Jochem Meijer??
Komop Saskia, kom es van je wolkje en zet even de beide benen op de grond!
Marcel t'Sas, (directie@maaspoort.nl)
Marcel t'Sas is directeur Theater de Maaspoort Venlo
14/09/2005 20:51



Beste Marcel,
Wat een opmerkelijke reactie. Ik zie niet in waarom het onmogelijk is te oordelen over de kwaliteit van de programmering van verschillende schouwburgen met een uiteenlopende programmering? De raad voor cultuur beoordeelt toch ook volstrekt onvergelijkbare gezelschappen? En naast artisticiteit spelen daar ook factoren als publieksbereik en regionale spreiding een rol.
Wat betreft de vraag over de samenstelling kan ik me heel wat voorstellen maar ik zou het wel spannend vinden als de sector zichzelf beoordeelt.
Indien de theaters en schouwburgen een artistieke rol van belang willen spelen (wat ik mij goed kan voorstellen) zou men zichzelf en elkaar op artistiek gebied best wat kritischer kunnen bezien. Immers naast erg veel theaters die ieder op hun zeer eigen manier avontuurlijk programmeren zijn er toch ook echt wel wat schouwburgen te vinden waar de abonnementen brochures absoluut niet meer van elkaar te onderscheiden zijn….
Daar valt heus wel een kritisch gesprek over te voeren.
Dus Marcel ik kom met alle plezier van mijn wolk als jij uit je ivoren toren komt.
Saskia Groenendaal, (sgroenendaal@hotmail.com)
Saskia Groenendaal is Theatermaker
15/09/2005 22:12



Beste Saskia,

laten we alstublieft GEEN voorbeeld nemen aan de raad vor cultuur.
Kun je me uitleggen in helder begrijpelijk Nederlands wat dan wel onder "artisticiteit" mag worden verstaan???
Doe me een lol en kom mijn ivoren toren, zoals jij het noemt eens bekijken, je zal ervan versteld staan wie je er alemaal aantreft.
Een sector, die zichzelf beoordeelt, doet mij denken aan een OM dat zichzelf onderzoekt, dat levert toch geen scherpe annalyse op en lijkt me niet interessant.
Kom op, het gaat om de vraag of theaters wel of geen inhoudelijk oordeel mogen hebben over de voorstelingen, die ze boeken. Je zegt zelf bewondering te heben voor de theaters met een bijzondere programering, die niet alleen op een vole zaal mikt. Welnu, dan mag je toch als dfirecteur/programmeur ook in bepaalde gevallen zeggen: "Sorry, mislukt, interessant mislukt, maar mislukt dus dit biedt ik mijn publiek niet aan; vorstelling geannuleerd." Daar gaat het om Saskia, en niet of de theaters nu wel of niet elkaar vliegen moeten gaan afvangen over woie de meest gedurfde programmering heeft. Wat is nu je standpunt over de kwestie waarom het gaat?
Marcel t'Sas, (directie@maaspoort.nl)
Marcel t'Sas is directeur theater de Maaspoort Venlo
20/09/2005 20:47



Na een paar weken discussie wil ik ook eens inhaken. Volgens mij zitten de theaterdirecties in een spagaat. Enerzijds is er de ambitie om een artistiek interessante programmering te realiseren, van de andere kant is er de exploitatiedrang om zoveel mogelijk stoelen te verkopen. Dat laatste kan niemand ontkennen, want elk jaar bestoken de directeuren elkaar met hun groeicijfers: nog mee abonnementen, nog meer kaartjes!!! Vanaf deze week is het programmeren voor het seizoen 2006/07 weer begonnen. De theaterdirecteuren halen alle wapens uit de kast om hun cashcows binnen te halen. Hoe groter de zaal (omzet voor zaal en producent)) hoe gemakkelijker dat is.
Jochem Meyer – de hieronder al genoemde ambassadeur voor de Maaspoort in Venlo – is voor het seizoen 2006/07 al geheel volgeboekt en hier en daar ook al uitverkocht.
Ik denk dat de stoelenboer het in deze tijd toch wint van de dappere theaterdirecteur. Om terug te gaan naar de stelling van Hans Onno van den Berg. Ik vind dat schouwburgen meer pretentie moeten hebben. Teveel wordt het artistiek interessante aanbod (geen idee wat dat is!) gelegitimeerd door het risicoloze amusementsaanbod.
Ik heb het collega’s als volgt horen zeggen:“Tachtig procent van wat ik doe moet ik doen, ik heb er niets mee, maar die twintig procent artistiek aanbod, daar doe ik het voor” en “20% van het programma beschouw ik als het kruidentuintje dat voor de verfijnde smaak zorgt”, etc .
Kortom: veel theaterdirecteuren willen meer, maar krijgen de kans niet, of omdat ze niet dapper genoeg zijn, het eenvoudig niet willen, of omdat de omstandigheden (exploitatiedwang) dat onmogelijk maken.
Ondertussen sluiten aanbod en afname steeds slechter op elkaar aan. In diverse segmenten kannibaliseren producenten elkaar en vechten zich naar hun financiële omslagpunt toe. De kleinere – incidenteel gesubsidieerde - makers halen in het land waar elke gemeente een podium heeft met veel moeite een handjevol speelbeurten.
Via het Fonds voor Podium Programmering en Marketing wordt hier en daar de nood gelenigd, zij het via incidentele projecten en vaak vergezochte criteria ( In Zuid Holland betaalt de provincie sinds dit jaar niet meer mee aan de afname van de nieuwe makers).
Maar het kan verder gaan. Laat een nader te bepalen aantal podia een meerjarig (4) artistiek plan en marketingplan indienen bij het FPPM. Daarmee kunnen deze podia zich in redelijke vrijheid artistiek ontwikkelen en publiek opbouwen los van de lokale exploitatiedrang/bezuinigingsdrift.
Reggy Barra, (barra@tiscali.nl)
Reggy Barra is Directeur Theater de Stoep/ Centrum voor de Kunsten Spijkenisse
Voorzitter commissies theater en amataurtoneel Kunst en Cultuur Rotterdam
21/09/2005 16:01



De vereniging van schouwburg- en concertgebouwdirecties congresseert onder de titel: "Waar gááát dit over?", en schrijft:


De tijden van de grote wereldomspannende
aanspraken van de (podium)kunst lijken
voorbij. Je hoort zelden meer iemand
zeggen dat zijn muziek wereldvrede zal
brengen of dat er met de ware podiumkunst
een fundamentele bijdrage wordt geleverd
aan het Nieuwe Kijken of het Nieuwe Luisteren.
Ook hoor je nog maar weinig zeggen dat
amusement ons naar de bliksem voert en
alleen Echte Kunst ons redden kan.
Maar wat zeggen we dan wel?
Iedereen zijn eigen ding? Ieder ding zijn eigen
publiek? Ieder publiek zijn eigen beleving?
We maken wel heel veel podiumkunst, maar
we zeggen er niet zoveel meer over. Bestaat
er nog zoiets als maatschappelijk of politiek
engagement, of is dat een vies woord geworden?
Heeft iemand nog een opvatting waar het heen
MOET met de podiumkunst?

Er zijn meer dan genoeg dans, theater, muziek – en muziektheatervoorstellingen waarvan de makers strak staan van verwachting, of, als je dat zo noemen wilt, van de pretentie een fundamentele stap in het denken of kijken van het publiek te bieden. En dan beperk ik me maar even tot de podiumkunsten. Maar die makers bedenken zich wel twee keer om daar expliciet voor uit te komen. Want een leger van 'deskundigen' staat klaar om ze te belachelijk te maken. – En daaronder niet alleen critici en uitkopers, maar collega's net zo goed, om over het publiek nog maar te zwijgen.
Als je wilt tegenwoordig wilt weten waar voorstellingen over gááán, dan moet je komen om ze mee te maken – en dan moet je er nog voor open willen staan ook.
Serieuze theatermakers werken tegenwoordig diep 'underground'; ze moeten gebruik maken van universele beelden, emotionele lijnen in metaforen die over drie jaar hun geldigheid nog zullen hebben, omdat dat de termijn is geworden waarop ze moeten plannen door de gezamenlijke systemen van de subsidiërende overheden en de podiumbewakers die 'op zeker' inkopen.

In die sfeer lijkt er een onoverbrugbare tegenstelling te zijn ontstaan tussen de 'bewakers van kwaliteit op de podia' en de makers. Bondgenootschappen zijn, op incidentele (op dun ijs gebouwde) uitzonderingen na, onmogelijk geworden.
Een maker die een productie maakt die op het laatste moment door de bewakers 'onvoldoende' wordt gevonden kan zich op geen contract beroepen, want een schouwburg kan zo'n contract gewoon verscheuren. De maker kan toch geen advocaat betalen. Omgekeerd heeft een maker die de prestaties van een schouwburg onder de maat vindt geen poot om op te staan als hij besluit om een voorstelling te annuleren wegens onvoldoende kaartverkoop: het contract zegt dat die maker moet komen, en de schouwburg heeft wèl een advocaat.

De bewakers vechten jaren vooruit om hun zalen vol te krijgen met de grote vrije producties: de geldtrekkers die (helaas, helaas), weliswaar nergens over gááán, maar die het publiek, dat probleemloos vermaak eist, bedienen en waarvoor dure kaarten moeten worden verkocht. Vervolgens moet men echter toch bij de publiciteitsafdelingen van de podia met man en macht aan de bak om die dure kaarten te verkopen, zodat er geen tijd over blijft om de kleine, 'artistieke' producties nog behoorlijk te promoten bij een publiek dat inmiddels zijn theaterbudget toch al heeft besteed.

Vervolgens willen de theaters dus geen behoorlijke toegangsprijzen meer vragen voor die kleine producties, en dat presenteren ze dan als een 'drempelverlagend' beleid, omdat er anders 'niemand naar de schouwburg wil komen voor die artistieke, riskante producten'. Logisch vinden het ze dan vervolgens dat ze ook geen behoorlijke uitkoopsommen kunnen betalen voor die producties, zodat op zijn minst de optredenden hun dagkosten kunnen terugverdienen plus de auteursrechten van schrijvers en componisten.
Dit heeft dan weer tot gevolg dat die uitvoerende en scheppende kunstenaars de subsidies die ze hebben gekregen om de kwaliteit van hun producties te waarborgen, moeten besteden aan het kunnen vertonen van hun producties: ze moeten op elke voorstelling toeleggen, zèlfs als ze volle zalen trekken. De theaterdirecties vinden dat de normaalste zaak van de wereld, en weigeren met de groepen na te denken over de aanpassing van hun toegangsprijzen, want die beprijzing maakt deel uit van hùn beleid.
Dat alles leidt er dan toe dat Hans Onno van den Berg jennend kan opmerken dat subsidie niet leidt tot meer kwaliteit.

De overheid houdt intussen niet alleen een absurde subsidiesystematiek in stand maar pompt bovendien een niet-aflatende stroom nieuwe makers het veld in via een steeds aanwassende stroom opleidingen van steeds lager niveau, omdat die opleidingen subsidie krijgen per 'afgestudeerd' kopje. Jonge mensen die allemaal een kans moeten krijgen, en die bovendien het voordeel hebben dat ze fanaat willen werken voor absurd weinig geld, bijgestaan door moegestreden of afgedankte makers die in arren moede maar een 'werkplaats' hebben opgericht onder de vleugels van een strategisch uitgetreden ambtenaar die toevallig dicht op een geldpotje zat. Tezamen houden die opleidingen en die werkplaatsen de Jonge-Makers-ideologie in stand: de modernistische mythe van de geniale nieuwkomers die het allemaal zo veel frisser aanpakken dan de 'oude garde'.
Die oude garde bestaat dan uit enkele van die jonge makers die de initiële slachting hebben overleefd en die nu toe denken te zijn aan het maken van producties onder condities die door de ARBO, de brandweer, en de CAO worden toegestaan, bevorderd, dan wel gevorderd.
Dat er momenteel voor acteurs al geeneens meer een CAO is omdat er voor hen nog niet eens 0,75% loonsverhoging in zat, daar bekreunt niemand zich meer over, want 'het bost aan', tenslotte.
Dat er steeds minder acteurs zijn die nog vaste contracten hebben bij gezelschappen, dat wordt door de Raad voor Cultuur zelfs toegejuicht: dan zijn ze flexibeler, en kunnen ze het ook eens bij de TV proberen, waar de minister net de cultuur heeft afgeschaft in afwezigheid van de staatssecretaris - die echter niet wil aftreden en daarom dapper wordt gevonden.
Nee, die oude garde is vastgeroest, dus het is heel goed dat ze eens in de vier jaar kritisch tegen het licht worden gehouden; dat schept lucht.
Heel natuurlijk is het zo'n ingreep niet nodig is bij de theaterdirecteuren die eveneens claimen een artistieke taak te hebben. Die directeuren zitten namelijk geramd in ambtenarenbanen, en daar is de term ontslag dankzij de CAO onmogelijk. Vandaar dat een theatermaakster, die zo'n gedachte vanuit haar praktijk heel logisch in zich voelt opkomen, badinerend als naïef aan de kant kan worden geschoven.
Logica is nu eenmaal niet het domein van kunstenaars.
marc-jan trapman, (mtrapman@xs4all.nl)
marc-jan trapman is schrijver en zakelijk leider van Sonnevanck.
23/09/2005 00:43



Marc-jan Trapman begrijpt het helemaal:
Theaterdirecteuren verpesten het artistieke klimaat en zijn onaantastbaar, want ze kunnen niet ontslagen worden. Ik ken helaas een paar ex-collega's, die heel blij zouden zijn als Marc-Jan gelijk zou hebben.Met zijn opmerkingen over ambtenarenstatus laat Marc-jan Trapman zien zich niet erg verdiept te heben in de positie van theaters. Lees "het ongewilde einde, de verandering van hart en nieren" uitgave VSCD zou ik zeggen.
En wat de opmerking over de theatermaakster betreft: Marc Jan heb jij een wordenboek? Kijk eens onder de P, bij polemiek, wil je?

D'r is veel mis, heel veel volgens Marc-jan. Ook sugesties hoe het beter kan???
Marcel t'Sas, (directie@maaspoort.nl)
Marcel t'Sas is theaterdirecteur
25/09/2005 15:20



Zeker heb ik voorstellen hoe het anders zou kunnen. Vraag het Leo Pot, waar ik naar aanleiding van de eerste discussie waar hier naar verwezen wordt nog een lange en interessante gedachtenwisseling had. Ik heb daar hier onder verschillende onderwerpen al heel veel over geschreven.
Als je mijn bijdrage hieronder goed leest zal je zien dat ik de oorzaak van het probleem zeker niet alleen bij de schouwburgdirecteuren leg. Maar deze discussie staat in het teken het congres van de VSCD; vandaar.
Overigens, in mìjn woordenboek staat achter Polemiek niet dat slechts één van de partners in een discussie zich polemisch mag opstellen.
marc-jan trapman, (mtrapman@xs4all.nl)
marc-jan trapman is schrijver en zakelijk leider van sonnevanck
25/09/2005 21:00