oude meuk

Regiedagen 2002

Maxirecensie 'Sancta Susanna'

Tijdens de Regiedagen zal een team van drie theaterwetenschapstudenten zich voor Moose wijden aan recensies van de afstudeervoorstellingen. Ditmaal: Lex van der Linden over Martijn Vorstenbosch' 'Sancta Susanna' (gezien: 26/6/02).

De geile non

Een dozijn over de vloer kruipende nonnen. Links een sigaren rokenende dame die Franse en Duitse teksten uitspreekt. In de verte een gekruisigde Jezus die af en toe een beetje ongemakkelijk beweegt. Een non die op rolschaatsen voorbij zoeft, terwijl zij met overslaande stem de kwaliteiten van het (christelijke) geloof uitroept in archaïsche bewoordingen. Een verliefd stelletje dat de speelvloer op rent en met vreeswekkende snelheid weer verdwijnt. En dat zijn nog maar enkele van de talloze beelden die de regie van August Stram's 'Sancta Susanna' kent. Regisseur Martijn Vorstenbosch houdt het helaas niet bij interessante beelden.

Bij het betreden van de zaal word je als bezoeker bijkans onpasselijk van de esoterische olie of wierook. Dat mag wel wat minder, maar dit zintuiglijke overstatement getuigt wel van consequentie: de regie is al net zo overvloedige. 'Sancta Susanna' gaat over een non (Susanna inderdaad) die toegeeft aan haar erotische verlangens. Dit ondanks de waarschuwing van collega Klementina, of dankzij die waarschuwing: bij wijze van zelfkastijding. Er was namelijk eerder een zuster die toegaf aan haar erotische verlangens en zij is daarvoor ingemetseld achter een muurtje. Dat is allemaal nogal wat: seks, religie, dood. En de voorstelling biedt ook veel, althans in kwantitatieve zin. Dan weer is er gezang te horen, dan weer cryptisch, hysterisch gelach, dan weer zie je een dozijn nonnen synchroon bidden of in kakafonie heel hard "biecht, biecht!" roepen tot Susanna, waarop zij nog harder roept: "Neeeee!!!" Dit laatste naar aanleiding van haar toegeven aan haar seksualiteit. Of, zoals het in het programma was geformuleerd: "Op een meinacht geeft de heilige Susanna toe aan haar erotische verlangens." Het is jammer, dat ik daar zo weinig van heb gemerkt.

De tweede helft van de voorstelling is Sancta Susanna half ontkleed te bewonderen, nadat ze haar bovenlijf ontdekt had door het nonnenhabijt wat naar beneden te schuiven, waarbij zij uitriep: "Ik ben mooi!" Deze wat obligate opmerking lijkt het begin te zijn van Susanna's ontdekking van haar eigen seksualiteit en haar toegeven aan erotische verlangens. Maar wat die erotische verlangens dan wel zijn, blijft vaag. Susanna schijnt haar eigen boezem veel interessanter te vinden dan een al dan niet gekruisigde man, wat overigens wel een heel interessante en al dan niet bewuste feministische visie op vrouwelijke seksualiteit biedt. Speelt het eigen lichaam voor de vrouw een belangrijker rol in haar seksualiteit dan dat van de man? Als je de moderne en door vrouwbeelden gedomineerde beeldcultuur mag geloven, luidt het antwoord op deze vraag positief. Net als de voorstelling trouwens, die een overdadige pastiche van archaïsche en hedendaagse beelden van met name vrouwen is. Het is echter juist die overdaad, die deze voorstelling tot een zondvloed van theatrale middelen maakt en niet beklijft.

De verschillende elementen en scènes vormen uiterlijk en thematisch wel een eenheid, maar dramatisch hangen ze aan elkaar als los zand. Bij montagetheater voegt de compositie van de verschillende onderdelen idealiter iets toe aan het geheel: het resultaat levert uiteindelijk meer op dan de som der delen. De willekeurig en onevenwichtig aandoende structuur bereikt echter het tegenovergestelde: de verschillende delen raken overspoeld door elkaar. Er wordt veel geflirt met religie, seksualiteit en revue-achtige elementen, maar tot een punt komt het niet, althans voor mij. Misschien was het al te ambitieus om juist een complex montagestuk te maken over de verhouding tussen seks en religie met bovendien een betrekkelijk grote cast van (ik tel nu even snel...) 18 spelers. Misschien had het beter een solo kunnen zijn. Wat moet je ook met onder meer twaalf nonnen èn een verdwaald liefdespaartje èn een gekruisigde en logischerwijs zich ongemakkelijk bewegende Jezus èn een zuster Klementina naast de heilige Suus zelf? De meeste spelers hadden van mij wel weg mogen blijven. Niet dat ze niet kunnen spelen, maar omdat ze dramatisch niets toevoegen en voornamelijk afleiden van die Sancta Susanna sans regrette.

En toch, als de tekst even achterwege blijft, staat er iets waar je niet omheen kunt. Met name het slotbeeld is sterk. De nonnen zijn (gelukkig) stil. Links en rechts lichten projectieschermen dieprood op. Daartussenin een blauwe verticale lichtstraal die hemel en aarde verbindt. In de verte het silhouet van een massief houten kruis, met een zacht oplichtende jezusfiguur eraan. Links, op een paars verlichte verhoging, staat een majesteitelijke Susanna. Haar boezem ontbloot en dankbaar helder uitgelicht, haar blik gevangen in een schaduw. De religieus en seksueel dubbelzinnige betekenisrijkheid van dit beeld is voor de toeschouwer even onontkoombaar, als de seksualiteit voor de heilige Susanna. Seks blijkt ook met deze voorstelling weer een populair onderwerp bij theatermakers, maar resulteert ook ditmaal eerder in een "interessant" stuk, dan een opwindende voorstelling. En dat met een nog levende gekruisigde man, een dozijn kruipende zusters en een geile non met masochistische trekjes.

Lex van der Linden

zie ook: 'Sancta Susanna'

praat mee

schrijf een mini